Labrador retriever – een geschikte familie hond?

labrador retriever

De Labrador Retriever

De Labrador Retriever, vaak simpelweg Labrador of Lab genoemd, is een actieve, vriendelijke werkhond. Tegenwoordig wordt hij veel in de jacht gebruikt, maar ook als assistentiehond, showhond en reddingshond is het een veelvoorkomend ras. Het is een actieve hond die graag bij de baas is.

Geschiedenis van de Labrador

Labradors komen oorspronkelijk vanaf het eiland Newfoundland. Dit ligt vlak voor de kust van Canada, in de Atlantische oceaan. De honden die daar gebruikt werden door de vissers om te helpen werden eerst St. John’s honden genoemd. Begin 1700 begon het ras vorm te krijgen. De honden hielpen hun eigenaren om vissen te apporteren die van de haak afgevallen waren. Ook hielpen ze om de vislijnen en netten binnen te halen door in het water te springen en deze naar de kust te zwemmen.

Engelse jagers zagen deze honden en importeerden de Labradors om bij de jacht in Engeland te helpen. Dit was rond het jaar 1830. Labradors zijn tegenwoordig erg populair als hondenras, maar rond het jaar 1880 waren zij bijna uitgestorven in hun thuisland door nieuwe wet- en regelgevingen van de overheid. Families mochten nog maar één hond hebben, en wie er voor koos een teefje in huis te houden moest hier flink voor betalen. Dit zorgde er voor dat er nog maar weinig teefjes gehouden werden. Gelukkig bleef het ras in Engeland wel in leven, waar deze regel niet gelde.

Het ras werd in 1903 erkend in Engeland door de Kennel Club. Amerika duurde iets langer, het ras werd hier in 1917 erkend. Na de Tweede Wereldoorlog begon het ras steeds meer populair te worden. Labradors worden tegenwoordig overal voor ingezet, van drugs detecteren tot reddingshond en van gezelschap- en therapiehond tot apporteerder bij de jacht. Al met al is de Labrador bijna overal geschikt voor!

Uiterlijk van de Labrador Retriever

Labradors houden van eten, en het liefste ook heel veel. Daardoor komt overgewicht bij Labradors vaak voor (lees hier hoe je je hond kunt helpen afvallen). Verder zijn Labradors vaak stevige, actieve honden. Ze moeten geschikt zijn voor de jacht, dus hebben ze hangende oren en een vrij dikke, stevige staart.

Qua kleur variëren ze heel veel. De meeste Labradors zijn zwart, geel of bruin. In recentere jaren wordt er veel geadverteerd met speciale kleurtjes, zoals wit of vosrood. Dit zijn echter normale kleuren voor de Labrador, waarbij de geel-variant in verschillende kleurgradaties van roomwit tot donkergeel in allerlei tinten voor kan komen.

Labradors hebben een schofthoogte van ongeveer 54-57 cm en wegen gemiddeld rond de 32 kilo. Door de lange flaporen kunnen ontstekingen in het hoorkanaal ontstaan. Controleer dus regelmatig de oren van je hond en maak deze eventueel schoon. Niet in het hoorkanaal, maar de buitenkant van de oren.

Ook na het zwemmen (of, wat vaker het geval zal zijn met een labrador, een modderbad) is het verstandig de oren schoon te maken.

Karakter van de Labrador

Hoewel Labradors vriendelijke, actieve honden zijn, hebben ze wel degelijk training nodig om ook echt gehoorzaam te worden. Ga daarom met je Labrador naar een goede hondenschool, die positief gedrag beloont en niet straft bij negatief gedrag.

Doordat ze van voedsel houden zijn ze makkelijk te trainen, zeker als ze nog jong zijn. Ze hebben redelijk veel beweging en uitdaging nodig, zowel fysiek als mentaal. Als een Labrador zich verveelt, zal hij zelf manieren bedenken om zichzelf bezig te houden. Gaten graven in de tuin, kauwen aan meubilair of behang van de muren aftrekken. Hij zal zich prima vermaken, maar de baas denkt daar vaak anders over!

De Labrador is erg baasgericht, en kan daardoor soms moeilijk alleen zijn. Het liefste is hij de hele dag bij de baas. Labradors kunnen ook erg koppig zijn, zeker als er eten in het spel is. Met kinderen kunnen Labradors over het algemeen goed omgaan, mits ze well de Labrador als de kinderen hebben geleerd hoe zij zich moeten gedragen.

Qua gedrag willen Labradors nogal eens lomp en onhandig zijn, wat zeker niet handig is met kleine kinderen. Dit lompe gedrag zorgt er ook voor dat andere honden niet altijd van een vrolijke Labrador gediend zijn. Labradors hebben de neiging om te spelen met hun hele lijf, en vooral veel te duwen of hun kont tegen een andere hond aan te gooien. Bij zieke of kleine honden kan dit voor de andere partij al snel niet fijn meer zijn. Let dus altijd goed op, en laat je Labrador niet op een andere, aangelijnde hond af gaan zonder eerst te vragen of ze met elkaar kunnen spelen.

Ziektes en aandoeningen bij Labradors

Labradors staan over het algemeen bekend als gezonde honden. De ziektes en aandoeningen die het meeste voorkomen bij de Labrador zijn:

  • Elleboogdysplasie (ED), waarbij er een erfelijke afwijking in het ellebooggewricht zit. Dit kan tot pijnklachten leiden bij de hond.
  • Heupdysplasie (HD), waarbij het dijbeen niet goed in de heupkom past. Ook dit is een erfelijke aandoening. HD komt in verschillende gradaties voor. Soms is het niet ernstig, soms juist wel. Een operatie is dan de oplossing.
  • Cataract, ook wel bekend als staar. De hond kan steeds slechter zien. Dit is wel te opereren.
  • Obesitas, overgewicht. Een ziekte die te voorkomen is door goed te letten op hoeveel en wat de hond te eten krijgt.
  • Atropische dermatitis, een huidontsteking door bijvoorbeeld een allergie. Dit jeukt heel erg, waardoor de Labrador zijn huid kapot kan krabben of bijten.

Zorg er voor dat als je een pup koopt deze bij een betrouwbare fokker aangeschaft wordt, die de ouderdieren op bekende en veelvoorkomende ziektes en gebreken heeft getest, zodat dit bij de pups een kleinere kans heeft om naar voren te komen.